Nederlandse zwemhistorie op de Olympische spelen

Zwemmen is ongeveer 8.000 jaar oud. Circa 3.000 jaar geleden zwommen Egyptenaren al in de Nijl, waar kinderen werden opgevoed met zwemles. Vanaf 1896 is zwemmen een officiële olympische sport. Toen mochten alleen mannen meedoen en werden er slechts twee afstanden gezwommen. Sinds 1912 mogen ook vrouwen meedoen. Tegenwoordig is zwemmen één van de grootste sporten op de Olympische Spelen. Er zijn nu in totaal 32 wedstrijden: 16 voor mannen en 16 voor vrouwen! 

De Nederlandse zwemhistorie op de Olympische spelen begint in 1900. De eerste Nederlandse Olympische zwemmedaille werd in dat jaar gewonnen door de zwemmer Johannes Drost. Hij won brons op de 200m rugslag. In de afgelopen decennia zijn daar vele Olympische zwemmedailles bijgekomen. Waarbij de vrouwen (vaker een Olympische medaille in het zwemmen wonnen dan de mannen. 

De meest succesvolle Olympische zwemmers zijn Pieter van de Hoogenband (7 medailles) bij de mannen en Inge de Bruijn (8 medailles) bij de vrouwen. Beide wonnen de meeste Olympische medailles in de Nederlandse zwemgeschiedenis. In 2008 werd de eerste Olympische medaille gewonnen in het open water. Maarten van der Weijden won goud tijdens de 10km lange zwemtocht in Peking. Het jaar 2000 was het meest succesvolle jaar tot nu toe. In dat jaar werden maar liefst op 8 afstanden medailles gewonnen door de Nederlandse mannen en vrouwen. 

De meest recente Olympische spelen werden in verband met Covid19 een jaar uitgesteld en zonder publiek gehouden in het jaar 2021 in Tokio. Voor Nederland won Arno Kamminga zilver op de 100m en 200m schoolslag en Sharon van Rouwendaal eveneens zilver op de 10km open water. De volgende Olympische spelen zijn in 2024 in Parijs. 

Bron: https://zwemblog.com